De meeste rosé wijn is als de frikandel van de wijnindustrie. Er is niets mis met een frikandel op zijn tijd maar je moet het niet verwarren met een ossenhaas. Rosé is vaak een bijproduct van de wijnindustrie. Vaak worden percelen blauwe druiven gebruikt die minder goed zijn om goede rode wijn van te maken. Bijvoorbeeld van jonge druivenstokken die minder goede wijnen geven. Het kan ook het aflekvocht zijn in de rode wijnproductie om krachtiger rode wijn te maken. Het bijproduct is dan een lichte rosé. Sommige rosé wijnen zijn cultureel ook gewoon bedoelt als gezellig doordrink turbo sapje om op een warme dag te nuttigen.  Het kan soms een heerlijk makkelijk product zijn om op een zomerse warme dag in copieuze hoeveelheden in te nemen. Een product geschikt voor ieder die wat minder scherp proeft en alleen gezellig drinkt en maar twee smaken kan onderscheiden. Lekker of niet lekker.

 

Het zomerse weer kan soms ontzettend uitnodigen tot het drinken van ondetermineerbare rosé wijn. Als het verwachtingspatroon en ambitie niet hoger zijn dan lekker doordrinken is er niets tegen rosé. Zeker als de roze kleur je ook nog vrolijk stemt. Een ideal product voor als je even niet wilt nadenken over wijn maar gewoon over koetjes en kalfjes wilt kletsen. Een ultieme kletswijn.

 

Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, een heel klein aantal rosé wijnen kan echt wel van hoog niveau zijn en aanzetten tot denken en aandachtig en serieus proeven, of serieuze gastronomie. Maar ja, er zijn ook frikadelen met echte stukken vlees.