Sinds kort ben ik ook gezwicht en heb ik mijn “antieke” koffiezetter omgeruild voor een Nespresso apparaat. Er gaat echter niets boven de smaak van een espresso, een vloeibare koffiebonbon, als het ware. De smaak van mijn, ouderwets, bovenop de gaspit, gezette koffie was eigenlijk tamelijk perfect. Ik had, in mijn keukenkastje, koffie die ik kocht bij de koffie- en theespeciaalzaak. Elke keer kocht ik een andere blend en/of herkomst van bonen. De koffie was eigenlijk altijd “lekker”, relatief veel werk maar altijd lekker.

 

Als rationeel mens en geoefend proever vind ik “ouderwetse” espresso altijd goed van smaak. Voor dat kleine beetje irrationele romanticus in mij, had koffie zetten op deze manier ook wel zijn charmes. Het was een zorgvuldig, aandachtig en langzaam proces. Eerst vulde ik de onderste metalen beker met de juiste hoeveelheid water. Daarna pakte ik de koffie en deed met een eetlepel een ruime schep koffiegruis in het metalen cupje en drukte het aan. (Jaren geleden maalde ik zelfs thuis mijn eigen bonen maar ik kwam erachter dat je dat ook prima bij de speciaalzaak kan laten doen.) Vervolgens schroefde ik het bovenste deel van het koffiekannetje erop en zette het geheel op het kleine gaspitje. Het duurde even maar dan had je wel een, in mijn ogen, perfecte koffie.

 

Tegenwoordig ben ik dus in het bezit van een Nespresso apparaat.  Gezwicht voor een marketingconcept dat sterk is in het creëren van een beleving door esthetiek en die je als consument tijd bespaart zonder dat je ogenschijnlijk in hoeft te leveren op kwaliteit. Je hebt de keuze uit een brede selectie verschillende koffies. Waarvan sommige, volgens de marketingafdeling, zelfs “Grand Cru” zijn.  Allemaal verkrijgbaar in gemakkelijke voorgedoseerde cupjes in verschillende kleuren. Ik heb maar gelijk goed uitgepakt en ben voor de luxe zwarte serveerdoos gegaan met alle Grand Cru’s. Hierin liggen dan 36 gekleurde cupjes als juwelen te pronken. Op de binnenkant van de deksel staat welke koffie het is, wat de advies schenkmaat is -van ristretto tot Hollandse mok-, en wat de sterkte is. Deze nieuwe manier van koffie zetten geeft, met name, de pragmaticus in mij een goed gevoel. Weinig afwas, handig schoon te houden, praktisch en de koffie is verder prima genoeg.

 

Nu dacht ik als “wijn savant” nippend van een Dharkan espresso toch na over het hele concept en hoe dit staat in verhouding tot wijn, en hoe iets smaakt en ruikt. Hoe werkt smaakperceptie, de feitelijke smaak, de creatie van beleving etc.. Als het “niet, niet lekker” is en dus “lekker” is, is het goed genoeg voor degene die geen of een onduidelijk verwachtingspatroon hebben van de geur en smaak van een product.

 

Als ik mijn zwarte serveerdoos met 36 cupjes bekijk is het voor een deel vergelijkbaar met een wijnkaart in een restaurant of het wijnschap in een winkel. Er is ruime keuze maar waar baseer je de keuze op?

 

Ik heb niet de illusie dat ik inmiddels het verschil proef tussen de verschillende koffies (“of gekleurde cupjes”) want ik durf te zeggen dat ik ze blind niet zou herkennen, terwijl ik toch een ervaren proever ben. Bij het “blind” proeven van wijn weet ik inmiddels dat er nederigheid geboden is, maar wel weet ik dat ik met 20 jaar proefervaring het toch wel eens een enkele keer bij het juiste eind heb.

 

Bij de koffie types moet ik het nog bezien of ik met 20 jaar proefervaring de verschillende Grand Cru’s kan benoemen in een blindproeverij, ik denk het namelijk niet. De kleur van het cupje en de streepjes die de sterkte aangeven vertellen de koffiedrinkers meer dan dat de gemiddelde koffiedrinker kan proeven. De intrinsieke waarde van de Grand Cru of productieherkomst van de koffiebonen / koffie wordt toch niet herkent.

 

Ook dacht ik na over wat een gepensioneerde koffieblender die, voor een niet nader te noemen zeer bekend koffiemerk werkte, ooit tegen mij zij tijdens een van mijn wijnproeverijen: “Het is voor romantici om te denken dat je het verschil proeft tussen de verschillende koffiebonen uit diverse productielanden en hun verschillende koffieplantages omdat de factor ‘mens’ bij de verwerking van de bonen veel te groot is”.

 

Veel stof tot nadenken. Zeker bezien tegen het feit dat het bij het product wijn ook wel draait om het kunnen herkennen welke herkomst(mogelijk zelfs terroir) de druiven hadden voor het wijn werd. Sommige “wijnkenners” beweren dat ze “terroir” kunnen proeven maar hoe groot is de factor “mens” bij de druivenverwerking?

 

Nippend van mijn tweede Dharkan espresso kom ik tot de conclusie. Als je geen echte kenner bent met een brede theoretische voorkennis en breed opgebouwde geur referenties en smaakpalet hoeft het product (bv. koffie of wijn) alleen maar “lekker” te zijn. En hoe “lekker” het is, is afhankelijk van je bewuste proefreferenties.

 

Voor de massa zonder kennis is beleving, tijdsbesparing en praktische zaken belangrijker dan authenticiteit en herkomst van het product. Je hoeft nooit beter te presteren dan een product te maken dat niet, niet lekker is en dat presenteren met een goed verhaal, esthetische verpakking, wat tijdwinst oplevert en praktischer is.

 

Ik heb niet voldoende koffiekennis en bewuste proefreferenties om het blind te benoemen dus heb ik besloten dat ik bij Dharkan blijf. Daar neem ik dan voldoende van op voorraad. De luxe zwarte kist met de verschillende gekleurde cupjes, als sieraden gepresenteerd, gebruik ik om indruk te maken op mijn gasten bij een dinertje thuis. Belevingsmarketing doet wonderen voor de “kennisloze belevers” maar ook voor rationele mensen als ik.