De meeste mensen, maar zeker mannen associëren wijn vaak met houten vaten. Maar de waarheid ligt soms toch wat genuanceerder.

 

Elk jaar, tijdens de vakantieperiode, verruilen hele volksstammen uit Hollandse Vinexwoningen hun comfortabele huis voor een verblijf in tent of caravan in “la douce France”. Gehuld in driekwart broek, slippers en casual t-shirt met kinders in de hand trekken ze door Frankrijk. Uiteraard hoort er bij zo’n vakantie een bezoekje aan een wijnbedrijf bij. Gisteren waren de kinderen aan beurt en ben je naar het superzwembad gegaan om de kleintjes een plezier te doen. Maar vandaag is papa aan de beurt. Wijnproeven, dus. Dikke kans dat je slachtoffer bent van de meest commerciële wijnrondleiding uit je leven. Je kinderen, met de aandachtspanne van een goudvis, vinden het sowieso al niks. Rondleiding in een vreemde taal, en je mag ook al niet spelen. En wijn vinden ze vies. Helemaal naatje dus.

 

Maar je bent als leasebak rijdende "file papa" niet voor niets in Frankrijk. Dus het bezoek aan het wijnbedrijf pak je mee. Ook al weet je vrouw beter, dat je dit beter niet kan doen.

 

houten vaten Er waren meer mannen met eenzelfde gedachte, zo'n bezoekje bij  een "echte Franse wijnboer". Je sluit aan in de rij, koopt een kaartje  en wacht tot de rondleiding begint. Per groep wordt je meegenomen  door een gezellige "hostess". Als bijbaantje mag ze Nederlandse  gezinnetjes rondleiden en ze een "echte Franse wijnboer" beleving  verkopen. Dikke kans dat ze gewoon Nederlands is en in Frankrijk  stage loopt om Frans te leren. Ze wordt in ieder geval niet  gehinderd door een overvloed aan wijnkennis maar daar is de  doelgroep toch ook niet naar op zoek. Zorgvuldig heeft ze de            A4-tjes van de verschillende wijnen gelezen, praat enthousiast over  de wijnen, het wijnbedrijf waar ze voor werkt en doet het leuk met  de gasten. Er schuilt zelfs een echte kindervriend in haar.

 

 

 

Tijdens de rondleiding loop je met zijn allen door de vatenkelder. Indrukwekkend, denk je. Zoveel wijn in houten vaten. De keurig opgestapelde vaten in een lange rij geven een goed gevoel, het “echte” gevoel van wijn. En het ruikt er ook naar wijn, en kelder. Fantastisch.

 

En dan.... Altijd is er één de eerste. Het is ook altijd een man, en vaak met kinderen. Hij maakt een vuist en klopt met zijn knokkels op de houten vaten en luistert of er wijn in zit. Met eenzelfde gemak als sommige mannen ook tegen een autoband trappen met de neus van hun schoen, zo automatisch gaat voor de meeste mannen het kloppen op houten vaten. Technisch geschoolde en rationele mensen hebben geen idee wat ze precies beoordelen met schoppen of kloppen, maar ze doen het altijd. Het zullen wel Alpha's zijn, denken sommige Bèta's.

 

Sommige wijnen rijpen in houten vaten. Dit gebeurt vaker bij rode dan bij witte wijnen. Er gebeurt scheikundig nogal wat. Teveel om in dit stukje haarfijn uit te leggen of heel veel te nuanceren. Maar om het simpel te houden. In een houten vat dalen de hele kleine zwevende deeltjes in de wijn naar beneden en blijven op de bodem van het vat liggen.

 

Op het moment dat je tegen de vaten begint te kloppen wordt de wijn weer "wild" en stuift het droesem door de wijn heen. Op zich niet heel erg maar wel als je vijf rondleidingen per dag hebt. Het hele jaar door! En als papa de "cue" gegeven heeft om op de vaten te kloppen, gaan zijn kinderen als reguliere "Bart Simpson"s daar nog even mee door. Voorbeeld doet volgen.

 

Er is bij sommige wijnbedrijven wel iets op gevonden, deze zogenaamde gezellige familieactiviteit, tijdens de vakantie. Je krijgt een rondleiding door de showkelder en niet de werkkelder. Tijdens de rondleiding krijg je te zien en te horen wat je denkt dat waar is. Je komt in een vatenkelder waar een dronken olifant geen schade aan kan richten. Elk vat is gevuld met water. Het zijn voornamelijk oude vaten waar het bedrijf, wijntechnisch, toch niets meer mee kan. Je mag elke dag, vijf keer per dag, kloppen tot een ons weegt maar het water heeft niets te lijden.

 rij met houten vaten

Na 40 minuten is de rondleiding tot een eind gekomen en wordt je strategisch door het “winkeltje” geloodst. Je krijgt nog wat wijnen van het desbetreffende wijnhuis in je glas geschuffeld en mag zeggen of je het "lekker" vind. Op dit punt zijn de kinderen er al helemaal klaar mee, ze willen weer terug naar de tent, zwembad en speeltuin. Je krijgt een vijftal wijnen te proeven en ze worden steeds duurder maar ook lekkerder. Duurder is wel degelijk lekkerder merk je, maar durft het eigenlijk nooit hardop te zeggen tijdens typische “Hollandse Hema   in een kring zitten” feestje.

 

Als ware Hollander koop je natuurlijk niet de duurste wijn maar de op een na goedkoopste. Want die was ook best lekker. De duurste was wel het lekkerst maar ja, meer dan 15 euri. Zo leuk is je leven niet. Zoveel leuke en speciale momenten, om een dergelijke dure fles open te maken, heb je toch niet meer sinds je vrouw en kinderen hebt. En de goedkoopste wijn kopen is ook zowat als kostwinner, dus zet je hoger in. De op één na goedkoopste. Doe die maar. Een doosje van zes. En van die 3 euro duurdere, één fles.

 

De Nederlandse hostess vindt van de hele situatie niets vreemd, ze weet immers niet beter, maar haar Franse collega's zien aan de geel zwarte kentekenplaat van, het 14% bijtellende leaseblik, genoeg. Weer zo'n lagelander. Pays Bas = Prix Bas. Als het ook lekker is en het kan goedkoper dan moet je dat vooral doen. Het is immers maar om op te drinken. Uiteraard kent prijs-smaakafbraak en paletverarming geen Franse vertaling en is hedonisme niet voor de Calvinist weggelegd.