Een dagje jureren bij de Nederlandse wijnkeuring of beter gezegd, de wijnkeuring van de lage landen. Wat houdt dat eigenlijk in? Is het medaille smijterij of worden de wijnen aan een werkelijk kritische toets onderworpen?

 

Elk jaar wordt in Maarn de wijnkeuring van de lage landen gehouden. Bij deze wijnkeuring worden allerlei, door Nederlandse en Belgische wijnproductiebedrijven, ingezonden wijnen beoordeeld door een professioneel team van wijnproevers. Dit jaar was alweer mijn vijfde jaar als jurylid. Waar het basaal op neer komt is of een bepaalde wijn een bronzen, zilveren, gouden of groot gouden medaille heeft gewonnen. Of niets uiteraard.

 

Nu heb ik als ervaren wijnprofessional wel een mening over medailles, keurmerken en zegels maar daar lees je in een ander blog meer over. Die zurigheid en azijnzeikerij laat ik voor een andere keer. Deze keer wil ik graag uiteenzetten hoe deze wijnkeuring in zijn werk gaat.

 

We proeven verspreid over twee dagen in twee teams van 8 personen bijna 200 verschillende wijnen. Van de types mousserend, wit, rosé, rood en zoet. Daarnaast wordt er bij mousserend onderscheid gemaakt tussen parelwijn en “methode traditionelle”, het verschil tussen ingespoten koolzuurgas en "champagne methode" met een tweede gisting op de fles. Er zijn wijnen op hout opgevoed en zonder houtrijping. Ook zijn er categorieën met verschillende restsuikergehaltes. Maar omdat Nederlandse wijnen vaak hoge zuren hebben misstaat een beetje functioneel restsuiker niet. Je proeft het vaak niet eens.

 

Om 9:15 verzamelen we in het "testlokaal". In de proefruimte staan twee grote tafels in U-vorm, met 9 stoelen. Twee daarvan staan op de kop, voor de tafelvoorzitter en de tafelsecretaris. Iedere proever gaat op zijn aangewezen plaats zitten. Voor je neus ligt een stapel proefformulieren, waterglas, karaf, spieton en drie proefglazen. Na een welkomstwoord, introductie en voorstelrondje gaan we aan de slag. Om 9:30 wordt de eerste “blinde” wijn ingeschonken. Deze eerste wijn is de zogenaamde “mis en bouche” wijn, in plat Hollands “het ijkpunt”. Allereerst om je smaakpalet te resetten en aan wijn te laten wennen. Maar ook om te zien of je beoordeling een beetje klopt. We beoordelen allen deze eerste ijk-wijn en geven punten. Daarna wordt de score bekend van het andere proefpanels uit een buitenlandse keuring en zo kun je zien of het een beetje in lijn is met je eigen bevindingen. In mijn geval is dat elk jaar zo alleen geef ik altijd iets minder punten dan de meeste juryleden. Ik ben nogal een kritisch mens, zeg maar. Zelf noem ik dat verwend, maar er zijn er ook die mij negatief vinden.

 

We hebben er ongeveer 50 te gaan vandaag dus moeten we vol aan de bak. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, behelst het proeven van wijn meer dan constateren of je het "lekker" vindt. Je vult na een visuele beoordeling, geur beoordeling, en smaak beoordeling een scorelijst in. De maximaal haalbare score is 100 de minimum score voor een technisch foute en uiterst belabberde wijn is 35. Om na een wijn of 10 ook nog serieuze en inhoudelijke opmerkingen te kunnen maken, spuug je de wijnen natuurlijk wel uit.

 

In tegenstelling tot andere jaren proeven we dit jaar alle wijnen binnen dezelfde categorie. We beginnen met onze proeftafel daarom met een serie van 27 mousserende wijnen. Andere jaren kregen we alle types verspreid over de dag. Dat maakt het  moeilijker maar geeft ook meer afwisseling. Nu dus eerst voor de lunchpauze een grote serie schuim en bruis. Na de lunch aan het wit.

 

Alle wijnen worden “blind” ingeschonken. (Dat betekent trouwens dat de fles in een zwarte hoes zit en niet dat ze de wijn inschenken zonder te kijken). Blind weet niemand welke wijn het is. Je krijgt alleen het nummer van de wijn. Na de beoordeling van de wijn geef je een puntenscore aan de wijn en lever je het proefformulier in bij de tafelvoorzitter. De secretaris vult van alle proevers de score in de computer in. Hieruit komt het gemiddelde en de bandbreedte. Als iemand te ver buiten de bandbreedte valt wordt de score niet meegerekend. Daarmee volgt er soms wel een ander gemiddelde.

 

Als een wijn onder de 75 punten scoort dan heeft de wijn het niet zo best gedaan. Dit zijn vaak wijnen met technische fouten of onvolkomenheden. De wijn is dan niet helemaal gelukt of helemaal niet gelukt. Van 75 t/m 79 punten krijgt een wijn een WINzegel, en soort motiveringsprijs. Goed bezig maar het houdt niet over. Probeer het volgend jaar weer eens en misschien val je dan in de prijzen. Voor mij zijn het foutloze wijnen waar ik verder niets van vind. 80 en 81 punten gaat voor het brons, deze wijnen zijn voor mij goed en bieden ook iets van drinkplezier en nodigen uit tot nog een slok. 82 t/m 85 punten is voor het zilver. Een zeer goed gemaakte wijn met een X-factor, uitnodigend, drinkplezier, complexiteit, lange afdronk, goede balans en spanning. Meer dan 85 punten wordt goud of groot goud. Deze score heb ik tijdens de Lage Landen keuring nog nooit gegeven. Dan moet het wat mij betreft een wijn zijn met wereld statuur, uitzonderlijk en uitmuntend. Daar moeten alle factoren van zilver voor gelden maar dan met Wow-factor.

 

Het systeem van de gemiddelde score van de gehele jury geeft zo een goed beeld hoe de wijn beoordeeld wordt. Lastig wordt het als het gemiddelde op bv. 79,5 punten komt. Geef je dan brons of een zegel? Hoe is de bandbreedte van de score? Vallen er mensen uit? Zijn er proevers die hun score iets willen aanpassen. Het “zegel-kamp” komt met argumenten waarom niet en het “brons-kamp” komt met argumenten waarom wel. Vaak volgt er iets van onwetenschappelijk handje klap dat leidt tot een definitieve score. Voor een wijnproducent kan dit overigens het verschil betekenen tussen, niets of een persberichtje schrijven en aan de hele wereld communiceren dat je in de prijzen bent gevallen.

 

Bij de keuring met een proefteam sluit je natuurlijk ook uit dat, bijvoorbeeld een Nederlandse wijnmaker of wijnhandelaar die ook zelf in de jury kan zitten, zijn eigen wijn herkent en een monsterscore geeft van 100. Andersom werkt het hetzelfde met iemand die extreem negatief is. Extremen worden opgevangen. Om te vermijden dat je score niet meetelt, is het soms raadzaam om minder heftig te scoren zodat je beter het gemiddelde kunt sturen. Het blijft overigens wel een autonome score want je weet niet wat de rest doet.

 

De kernvraag is elke jaar weer. Vergelijk je Nederlandse en Belgische wijnen met elkaar of leg je ze langs de lat van het “wereld-wijd-wijn-toneel”? Makkelijke vraag maar moeilijk te beantwoorden, wat mij betreft. Als je mee wilt doen met de grote jongens moet je de lat hoog leggen maar het lijkt mij wel zo eerlijk om wijnen in dezelfde klimaatzone met elkaar te vergelijken. Er zijn meer dan genoeg uitdagingen waar je als wijnproducent in de Lage Landen voor staat. Neerslag, vocht, schimmeldruk, vorst, kleinschaligheid, gebrek aan arme bodems, hoge loonkosten, hoge grondprijzen, weinig zonne-uren, lage zonne-intensiteit, geen (zuid)hellingen, onbekende druivenrassen en rassen waar nog te weinig informatie over is, etc. Bij het beoordelen weet je verder ook geen prijs dus kan je ze ook niet op prijs-competitiviteit vergelijken. Moeilijk vraagstuk dus.

 

Al met al moet ik constateren dat het elk jaar beter gaat met Nederlandse wijnboeren. Ze krijgen het ambacht van wijn bereiden steeds beter onder de knie. Echt technisch foute wijnen komen bijna niet meer voor. Ook zie je steeds meer welke druivenrassen het in Nederland goed doen. Rassen als Souvignier Gris, Solaris, Johaniter, Cabernet Blanc en Muscaris geven steeds betere resultaten. De boeren leren steeds beter welke druiven het op hun land en in hun microklimaat het beste doen. Op dit moment weet ik nog niet hoe de wijnen dit jaar gescoord hebben maar ik neem aan dat het weer beter is dan vorig jaar.

 

Met Hollandse wijngroet,